jeudi 19 novembre 2015

(13) Dooyeweerd: Rationalism's Critical Flaw

START PAGE (1)             PREVIOUS PAGE (12)             END OF EXCERPT.         

Misunderstanding of the intermodal synthesis of meaning as a transcendental-logical one.
     Transcendental logicism can be maintained apparently only by a curious shift of meaning, which interprets the truly inter-modal synthesis as a so-called transcendental-logical one, as an act of the would-be self-sufficient transcendental subject of thought.

     What really happens in this first choice of a position is an absolutizing of the transcendental-logical function of theoretical thought and this absolutization is not to be explained in terms of a purely theoretical conclusion from the inner nature of reflecting thought itself. Consequently, ἀρχή and Archimedean point coincide in this transcendental logicism.

    The rationalistic metaphysics which distinguished ἀρχή and Archimedean point absolutized the logical aspect of actual thought only in the ἀρχή, regarded as Intellectus Archetypus.

The necessary religious transcending in the choice of the immanence-standpoint.
     By this original choice of a position, the attempt is made to detach the logical function of theoretical thought (whether only in the ἀρχή or in the ἀρχή and Archimedean point alike) from the inter-modal coherence of meaning and to treat it as independent. In the nature of the case, this choice is no act of a "transcendental subject of thought", which is merely an abstract concept. It is rather an act of the full self which transcends the diversity of modal aspects.

     And it is a religious act, just because it contains a choice of position in the concentration-point of our existence in the face of the Origin of meaning. In the choice of the immanence-standpoint in the manner described above, I myself elevate philosophic thought, whether in the transcendental-logical or in the metaphysical-logical sense, to the status of ἀρχή of the cosmos. This ἀρχή stands as origin, beyond which nothing meaningful may be further asked, and in my view no longer occupies the heteronomous mode of being which is meaning. It exists in and through itself.

     This choice of a position in the face of the ἀρχή transcends philosophic thought, though in the nature of the case it does not occur apart from it. It possesses the fulness of the central self-hood, the fulness of the heart. It is the first concentration of philosophic thought in a unity of direction. It is a religious choice of position in an idolatrous sense.

     The proclamation of the self-sufficiency of philosophic thought, even with the addition of "in its own field", is an absolutizing of meaning. Nothing of its idolatrous character is lost by reason of the thinker's readiness to recognize that the absolutizing κατἐζοχήν [pre-eminently] which he performs in the theoretical field is by no means the only rightful claimant, but that philosophy should allow the religious, aesthetic or moral man the full freedom to serve other gods, outside the theoretical realm.

     The philosopher who allows this freedom to the non-theoretician is, so to speak, theoretically a polytheist. He fights shy of proclaiming the theoretical God to be the only true one. But, within the temple of this God, no others shall be worshipped!

     Thus the first way of our critique of philosophical thought has for a provisional conclusion: Even on the immanence-standpoint the choice of the Archimedean point proves to be impossible as a purely theoretical act which prejudices nothing in a religious sense. 

     In truth the selfhood as the religious root of existence is the hidden performer on the instrument of philosophic thought. Only, it is invisible on the basis of the immanence-standpoint.

     Actually, philosophic thought in itself offers us no Archimedean point, for it can function only in the cosmic coherence of the different modal aspects of meaning, which it nowhere transcends.

     The immanent Ideas of the inter-modal coherence of meaning and of the totality of meaning are transcendental limiting concepts. They disclose the fact that theoretical thought is not self-sufficient in the proper field of philosophy, a point to which we shall have to return in detail.

     No other possibility for transcending the inter-modal coherence and the modal diversity of meaning is to be found, except in the religious root of existence, from which philosophic thought also has to receive its central direction.
 __________________________
Dr J. Glenn Friesen's Dooyeweerd Glossary
Free download of entire "New Critique of Theoretical Thought" 
HERE
See also Andrew Basden's Dooyeweerd site:
 __________________________
Omduiding van de kosmologische zin-verbinding in een transcendentaal-logische.
     Men zal het slechts schijnbaar kunnen handhaven door een eigenaardige zin-verschuiving, welke de in waarheid kosmo-logische apriorische zin-verbinding en zin- onderscheiding omduidt in een zgn. transcendentaal-logische synthesis, als daad van het vermeend zelfgenoegzame transcendentale denk-subject.

     Wat hier in waarheid bij deze eerste stellingkeuze geschiedt, is een verabsoluteering (wijl zelfgenoegzaam-verklaring) van het zin-onderscheidend en-verbindend denken in transcendentaallogischen zin, waarbij ἀρχή en Archimedisch punt samenvallen. Gelijk de rationalistische metaphysica, die ἀρχή en Archimedisch punt bleef onderscheiden, het actueele denken slechts in de ἀρχή als intellectus archetypus verabsoluteerde.

De noodwendige religieuze transcendeering in de keuze van het immanentiestandpunt.
     Deze eerste stellingkeuze, waardoor men meent het theoretisch denken 't zij alleen in de ἀρχή, 't zij in ἀρχή en Archimedisch punt gelijkelijk, uit den kosmischen zin-samenhang te hebben uitgeheven en op zich zelve gesteld, is uiteraard geen daad van een transcendentaal denk-subject, dat immers slechts een abstract begrip is, doch veeleer van het volle ik, dat het denken transcendeert.

     En het is een religieuze daad, juist omdat zij een stellingkeuze in het concentratiepunt van ons bestaan inhoudt tegenover den Oorsprong van den zin.

     Ik zelf verhef, bij de gereflecteerde keuze van het immanentiestandpunt, het wijsgeerig denken 't zij in transcendentaal-logischen, 't zij in metaphysisch-logischen zin tot ἀρχή van den kosmos. Deze ἀρχή staat als oorsprong, waarboven niet zin-vol meer valt uit te vragen, naar mijn beschouwing niet in de heteronome zijnswijze van den zin. Zij bestaat veeleer bij en door zich zelve.

     Deze stellingkeuze tegenover de ἀρχή transcendeert het wijsgeerig denken, al geschiedt zij uiteraard niet zonder het theoretisch denken. Zij bezit de volheid der zelfheid, de volheid van het hart, zij is de eerste concentratie van het wijsgeerig denken in een eenheid van richting. Ze is een religieuze stellingkeuze in af-godischen zin en daarmede tevens een zin-vervalschende daad, die het geheele wijsgeerig denken aftrekt van de volheid der Waarheid.

     De proclameering van de zelf-genoegzaamheid van het wijsgeerig denken, zelfs met de toevoeging ‘op zijn eigen gebied’, is een zinverabsoluteering κατἐζοχήν, die niets van haar af-godisch karakter verliest, doordat de denker bereid is tot de erkentenis, dat de verabsoluteering, die hij op het theoretisch gebied uitvoert, geenszins de eenig rechthebbende is, maar dat de wijsbegeerte aan den religieuzen, den aesthetischen of moralistischen mensch de volle vrijheid behoort te laten, buiten het theoretisch gebied, andere goden voor hun aangezicht te hebben.

     De wijsgeer, die deze vrijheid aan den niet-theoreticus laat, is, om zoo te zeggen, theoretisch polytheist. Hij schuwt de proclameering van den theoretischen God tot den eenigen, waren. Maar binnen den tempel van dien God, zal geen andere worden aangebeden!

     De keuze van het Archimedisch punt is dus ook op het immanentiestandpunt niet als een zuiver-theoretische daad mogelijk, die in religieuzen zin niets praejudicieert. 

     In waarheid is de zelfheid als religieuze wortel van het bestaan, de, op het immanentiestandpunt slechts onzichtbare, speler op het instrument van het wijsgeerig denken.

     Het wijsgeerig denken biedt ons naar den waren stand van zaken, op zich zelve geen Archimedisch punt, wijl het slechts in den kosmischen zin-samenhang kan fungeeren en inderdaad nergens dien zin-samenhang transcendeert.

     De immanente ideeën van den zin-samenhang en van de zintotaliteit zijn grensbegrippen, die de onzelfgenoegzaamheid van het theoretisch denken op het eigen gebied der wijsbegeerte openbaren, een punt, waarop wij uiteraard uitvoerig terugkomen.

     Er is geen andere mogelijkheid tot transcendeering van den samenhang der kosmische zin-verscheidenheid te vinden dan in den religieuzen wortel van het bestaan waaruit ook het wijsgeerig denken zijn uitgang neemt.

De af-val onzer zelfheid van de ἀρχή de zintotaliteit en de gevolgendaarvan voor het wijsgeerig denken.
In den af-val van de zin-totaliteit van heel onzen kosmos heeft echter onze zelf-heid haar standplaats in dat Archimedisch punt verloren, waarbuiten geen waarachtige zelf-kennis, geen waarachtig inzicht in de zin-totaliteit en den Oorsprong van allen zin mogelijk is....

De verstrooiing van het af-vallig zelfbewustzijn in de kosmische zin-verscheidenheid en het ontstaan van de -ismen in de immanentie-philosophie, ook in haar zgn. transcendentale richtingen.
En het feit, dat het af-vallig zelf-bewustzijn zich in de zin-verscheidenheid verstrooidheeft en zijn concentratie slechts in den weg der verabsoluteering terugvindt, verklaart ook de...

De Midas-sage en de immanentie-philosophie.
De zin-rijke Midas-sage kan ons ter symboliseering dezer -ismen in de immanentie-philosophie dienen....

Het Christelijk transcendentie-standpunt als radicale omwenteling in de instelling van het wijsgeerig denken.
Het is de inderdaad radicale beteekenis van de Christelijke religie voor de wijsbegeerte, dat zij ons weder den trancendenten religieuzen wortel van het...

Het hart, als religieus concentratiepunt van heel het menschelijk bestaan, is inderdaad de volle zelfheid, de religieuze wortel ook van het wijsgeerig denken.
Het hart is de in waarheid transcendente wortel van het menschelijk bestaan, het eenig punt, waarin wij de tijdelijke zin-verscheidenheid in den samenhang des tijds te boven gaan....

Het immanentie-standpunt als krypto-religieuze instelling van het wijsgeerig denken.
Het is de Christelijke religie, die het immanentie-standpunt in de wijsbegeerte heeft...

De onverzoenlijke anti-these tusschen de immanentie-philosophie en een wezenlijk Christelijk wijsgeerig denken.
Er is alzoo een onverzoenlijke anti-these tusschen het noodwendig religieus apriori van de immanentie-philosophie en van een wijsbegeerte, die zich inderdaad in het Christelijk transcendentiestandpunt instelt...

De Goddelijke Openbaring werpt aan het Christelijk denken niet een autoritaire oplossing van immanent-wijsgeerige problemen in den schoot.
De in Christus vervulde Goddelijke Openbaring, die zich tot den religieuzen wortel...

Free download of entire "De Wijsbegeerte der Wetsidee" 
HIER
____________________________
START PAGE (1)             PREVIOUS PAGE (12)             END OF EXCERPT.