jeudi 19 novembre 2015

(4) Dooyeweerd: Rationalism's Critical Flaw

START PAGE (1)                     PREVIOUS PAGE (3)                     NEXT PAGE (5)

The supposed reduction of the selfhood to an immanent, subjective pole of thought.
     That which remains is a so-called "transcendental-logical subject". It no longer has anything individual in itself and does not transcend the boundaries of our logical function. It is conceived of as an immanent, subjective pole of thought, in opposition to which the entire experienceable reality recedes into the counter-pole of "Gegenstandlichkeit". As such it is considered to be a transcendental pre-requisite of all concrete theoretical knowledge. For all knowledge is necessarily related to an ultimate "I think". And the latter is nothing but the ultimate logical unity of the epistemological subject.

     However, in taking cognizance of this experiment of thought, there appears to us the ghost of the "blessed Münchhausen". For, in point of fact, the so-called transcendental logical subject of thought is here again abstracted from the ego which is actually operative in its logical function. It is even isolated to the greatest conceivable degree of abstraction, since it is the product of a methodical process of elimination by which the thinker imagines he is able, ultimately, to set the logical function of thought apart as a self-sufficient activity.

The transcendence of our selfhood above theoretical thought. The so-called transcendental subject of thought cannot be self-sufficient as a theoretical abstraction.
     But this entire reduction of the thinking ego to the would-be "transcendental logical subject", executed in the process of thought, can be performed only by the selfhood. This latter, which thinks theoretically, cannot itself in turn be the result of the abstraction formed by thought. The "transcendental logical subject", in the supposed sense of universal subjective logical pole of thought, is, in the final analysis, nothing but the bare concept of the subjective logical unity of thought which pre-supposes the thinking ego. Besides, this is a pseudo-concept, since it is supposed to be incapable of analysis.

     Philosophical thought, however, cannot isolate itself in its subjective logical function, because it has no selfhood as mere thought, as so-called "reines Denken" ["pure thought"]. All actuality in the act of thinking issues from the ego, which transcends thought. The actual "transcendental-logical subject" remains an abstraction, produced by the thinking ego. And it is, moreover, a meaningless abstraction involved in internal contradictions. For the actual logical function of thought never can be "an sich" ["in itself", ie "self-existent" (FMF)]. Apart from the transcending ego, it simply is not actual, or rather has no existence at all.

     Philosophical self-reflection then supposes in any case that our ego, which transcends the limits of theoretical thought, should direct its reflecting act of thought toward itself. Philosophical thought does not return to itself in the process of reflecting, but it is the ego which in the process of philosophical thinking should return to itself. And this actual return to oneself in the reflecting act of thought must finally transcend the limits of philosophical thought, if indeed the desired self-reflection is to be arrived at. This same conclusion may be reached along a different road. It may be drawn from the idea of philosophical thought as theoretical thought of the totality.
_____________________________
Dr J. Glenn Friesen's Dooyeweerd Glossary
HERE
Free download of entire "New Critique of Theoretical Thought" 
_____________________________

De vermeende reductie van de ik-heid tot immanente subjectieve denk-pool.
     Wat dan als subject overblijft, is een zgn. ‘transcendentaal subject’, dat niets individueels meer in zich heeft en ook niet aan het denken transcendent is, een immanent subjectieve denk-pool, waartegenover heel de ervaarbare werkelijkheid in de tegen-pool der ‘Gegenständlichkeit’ komt te staan.

     De ik-heid, welke in de wijsgeerige zelf-bezinning tot subjectieven zelf-inkeer komt, lost zich dan op in de immanente ‘zuivere’ denk-actualiteit als noodwendige voorwaarde van alle theoretisch denken. De wijsgeerige zelf-bezinning bestaat dan in niets anders dan in een reflexie van het wijsgeerig denken op zijn eigen actualiteit.    
   
     Intusschen, men duide het ons niet euvel, dat ons bij het kennisnemen van dit gedachten-experiment de schim van den ‘zaligen Münchhausen’ verschijnt.

     Immers de zgn. transcendentale denk-subjectiviteit, waarin het ik actueel werkzaam is, wordt hier toch in waarheid weer, al theoretisch denkende, van de ik-heid geabstraheerd, ze wordt zelfs  in den verst denkbaren graad van abstractie geisoleerd, daar zij het product is van een methodisch uitschakelingsproces, waardoor de denker meent, tenslotte de denk-functie geheel op zichzelve te kunnen stellen.

De transcendentie van onze zelfheid boven het theoretisch denken. Het zgn. transcendentale denksubject kan als theoretische abstractie niet zelfgenoegzaam zijn. 
     Maar deze geheele reductie van de denkende zelfheid tot het vermeende transcendentaal subject kan slechts al denkende door het ik worden uitgevoerd en dit theoretisch denkende ik kan niet zelve weer een product der denk-abstractie zijn. Het transcendentale denk-subject in den vermeenden zin van (boven-indivueele) subjectieve denkpool, is tenslotte niets dan het bloote begrip der subjectieve denk-actualiteit, dat de denkende ik-heid voor-onderstelt.

     Het wijsgeerig denken kan zich in zijn subjectieve actualiteit echter niet zelve isoleeren, juist wijl het als slechts-denken, als zgn. ‘reines Denken’ geen zelfheid heeft. Alle actualiteit in de denkwerkzaamheid stamt uit het ik, dat het denken te boven gaat. Het actueele ‘transcendentale denksubject’ blijft een abstractie van het denkend ik en daarbij een zin-looze, innerlijk tegenstrijdige abstractie, wijl de actueele denk-functie nimmer ‘an sich’, op zich zelve kan zijn, wijl zij zonder het transcendeerende ik juist niet actueel is, of liever in 't geheel geen aanzijn heeft.

     De wijsgeerige zelf-kennis onderstelt dus althans, dat onze zelfheid, die ook in hare actueele denk-werkzaamheid de grenzen van het denken transcendeert, haar tijdelijke denk-werkzaamheid richte op zich zelve. Niet het wijsgeerig denken keert reflecteerend tot zich zelve in, maar ik behoor, wijsgeerig denkende, tot mij zelve in te keeren. En deze actueele zelf-inkeer in de denkwerkzaamheid gaat noodwendig de grenzen van het wijsgeerig denken te boven, zal het inderdaad tot de verlangde zelf-kennis komen. Tot dezelfde conclusie moet een andere gedachtengang voeren, die uit de idee van het wijsgeerig denken als totaliteitsdenken geput is.
________
Free download of entire "De Wijsbegeerte der Wetsidee" 
HIER
______________________________
START PAGE (1)                     PREVIOUS PAGE (3)                     NEXT PAGE (5)